Onze titels

€ 19,99
Vakantie aan de Waldsee

Bij het licht van de brandende vernietigingsovens leest Laszlo Shakespeare's 'Romeo en Julia'. Zo probeert hij geestelijk weerstand te bieden tegen de gruwelijkheden die om hem plaatsvindenVakantie aan de Waldsee Maart 1944: de Duitse Wehrmacht bezet Hongarije. De bijna twintigjarige Carl Laszlo wordt met zijn hele familie vanuit zijn geboortestad Pécs naar Auschwitz-Birkenau gedeporteerd, waar 53 van zijn familieleden direct na aankomst in de gaskamers worden vermoord. Laszlo overleeft een eerste selectie door Dr. Josef Mengele. Vakantie aan de Waldsee is een misleidende en ironische titel. Sommige Hongaren die naar een concentratiekamp werden vervoerd, mochten een laatste kaartje versturen. Deze kaartjes waren, ondertekend door de gedeporteerde, ter geruststelling van de achtergeblevenen voorzien van het poststempel ‘Am Waldsee’. Carl Laszlo schreef met dit boek een literaire getuigenis die uniek is in de holocaustliteratuur: bij het licht van de brandende vernietigingsovens, leest Laszlo Shakespeare’s Romeo en Julia. Middels deze lyrische liefdesverzen poogt hij geestelijk weerstand te bieden aan de gruwelijkheden die om hem heen gebeuren. De vertaling is van de hand van Mattanja van den Bos. Pieter van Os, winnaar van de Libris Geschiedenis Prijs 2020 voor zijn boek Liever dier dan mens, schreef een voorwoord bij Vakantie aan de Waldsee. Carl Laszlo (1923-2013) vestigde zich na de oorlog in Bazel als psychoanalyticus en kunsthandelaar. Ondanks de moord op bijna zijn hele familie zag Laszlo zichzelf niet als slachtoffer maar als een toeschouwer die tijdens die verschrikkelijke periode op de eerste rij zat en alles gadesloeg.

€ 14,99
De Sint-Nikolaasavond

Op Sinterklaasavond is het de gewoonte om gedichten voor elkaar te maken. Onder het mom van gezelligheid kunnen daarin stevige noten worden gekraakt. Dit gebruik kenden ze in de negentiende eeuw al, zoals het sfeervolle en geestige gedicht De Sint-Nikolaasavond uit 1849 van Peter de Génestet bewijst. Hij was nog maar een student van twintig jaar toen hij het schreef. Het satirische vers was oorspronkelijk als voordrachtvers bedoeld en het ontlokte, waar De Génestet ook kwam, altijd veel bijval aan het publiek. Dat hij het lange tijd alleen maar voordroeg, was de reden dat het gedicht niet beschikbaar was op schrift. Pas elf jaar na het ontstaan, werd De Sint-Nikolaasavond opgenomen in een dichtbundel. De Sint-Nikolaasavond is, behalve een sfeervolle schets, ook een kritiek op de jaarlijkse, rijkelijke toekenning van koninklijke onderscheidingen door Willem II. Toevallig viel de verjaardag van de koning samen met de dag dat het sinterklaasfeest werd gevierd, namelijk op 6 december. De Génestet twijfelde er openlijk aan of de ontvangers van al die lintjes die werkelijk allemaal verdienden. Maar geen kist vol ridderstarren Maakt van vijf-en-twintig narren Ooit één knap, verstandig man. De laatste, op zichzelf staande uitgave van De Sint-Nikolaasavond, stamt uit 1931. Literatuurcriticus Arjan Peters (1963) enthousiasmeerde de uitgever voor het opnieuw uitbrengen van het gedicht als een aparte publicatie. Hij schreef er natuurlijk een inleiding bij. Petrus Augustus de Génestet (1829-1861) was dichter en theoloog. Hij werkte als predikant in Moordrecht en in Delft en gaf als dichter voor- drachten door het hele land. Hem was geen lang leven beschoren. Nadat zijn vrouw, Henriette Bienfait, en een van zijn vier kinderen in 1859 aan tuberculose waren gestorven, ging hij twee jaar later ook zelf aan deze toentertijd ongeneeslijke ziekte ten onder.