Poëzie

De Sint-Nikolaasavond € 14,99
De Sint-Nikolaasavond

Op Sinterklaasavond is het de gewoonte om gedichten voor elkaar te maken. Onder het mom van gezelligheid kunnen daarin stevige noten worden gekraakt. Dit gebruik kenden ze in de negentiende eeuw al, zoals het sfeervolle en geestige gedicht De Sint-Nikolaasavond uit 1849 van Peter de Génestet bewijst. Hij was nog maar een student van twintig jaar toen hij het schreef. Het satirische vers was oorspronkelijk als voordrachtvers bedoeld en het ontlokte, waar De Génestet ook kwam, altijd veel bijval aan het publiek. Dat hij het lange tijd alleen maar voordroeg, was de reden dat het gedicht niet beschikbaar was op schrift. Pas elf jaar na het ontstaan, werd De Sint-Nikolaasavond opgenomen in een dichtbundel. De Sint-Nikolaasavond is, behalve een sfeervolle schets, ook een kritiek op de jaarlijkse, rijkelijke toekenning van koninklijke onderscheidingen door Willem II. Toevallig viel de verjaardag van de koning samen met de dag dat het sinterklaasfeest werd gevierd, namelijk op 6 december. De Génestet twijfelde er openlijk aan of de ontvangers van al die lintjes die werkelijk allemaal verdienden. Maar geen kist vol ridderstarren Maakt van vijf-en-twintig narren Ooit één knap, verstandig man. De laatste, op zichzelf staande uitgave van De Sint-Nikolaasavond, stamt uit 1931. Literatuurcriticus Arjan Peters (1963) enthousiasmeerde de uitgever voor het opnieuw uitbrengen van het gedicht als een aparte publicatie. Hij schreef er natuurlijk een inleiding bij. Petrus Augustus de Génestet (1829-1861) was dichter en theoloog. Hij werkte als predikant in Moordrecht en in Delft en gaf als dichter voor- drachten door het hele land. Hem was geen lang leven beschoren. Nadat zijn vrouw, Henriette Bienfait, en een van zijn vier kinderen in 1859 aan tuberculose waren gestorven, ging hij twee jaar later ook zelf aan deze toentertijd ongeneeslijke ziekte ten onder.

Gedichten I € 25,99
Gedichten I

Dit is het eerste deel van een tweedelige bloemlezing van het werk van de Israëlische dichter Yehuda Amichai. Amichai (1924-2000) werd in Duitsland geboren als Ludwig Otto Yehuda Pfeuffer. In 1935 emigreerde hij met zijn ouders, broers en zussen naar Palestina, dat in die tijd onder Brits mandaat stond. Zijn eerste dichtbundel verscheen in 1955 en die wordt beschouwd als een keerpunt in de Israëlische poëzie. Behalve ruim 3.000 gedichten schreef Amichai ook twee romans, korte verhalen en toneelstukken, maar zijn bekendheid heeft hij vooral te danken aan zijn gedichten, die in 40 talen zijn vertaald. Amichai kreeg verschillende literaire prijzen en kwam in 2000 op de shortlist van de Nobelprijs voor de literatuur. Helaas overleed hij nog voor er een keuze was gemaakt. De straten zijn nieuw De straten zijn nieuw, schoenen pas gister gekocht, maar het lopen is oud en geërfd. En we begrepen de regen pas toen het al droog was en toen in de wereld over verleden en toekomst en heden gesproken werd. In de verre vallei werd een bond gesloten. Fabels over mensen werden aan de vossen verteld. De gedichten zijn vertaald door Tamir Herzberg en Tsafrira Levy.